Brede welvaart betekent dat we naast het creëren van economische waarde ook kijken naar onze sociale en ecologische bijdrage aan de maatschappij. We willen voorkomen dat we onnodig lasten doorschuiven naar volgende generaties of andere kwetsbare regio’s. Met brede welvaart bewaken we het tempo van de energietransitie en beloven we deze ecologisch en sociaal rechtvaardig vorm te geven.
Daarom stellen we doelen op het gebied van klimaat, circulariteit en goed werkgeverschap, en rapporteren we over onze maatschappelijke impact. Met deze aanpak leggen we bovendien een koppeling met ESRS, zodat onze wijze van rapporteren aansluit bij Europese verslaggevingsstandaarden en onze maatschappelijke prestaties consistent, vergelijkbaar en toekomstbestendig worden weergegeven.
Onze aanpak op brede welvaart gaat uit van zes kapitalen: financieel-, geproduceerd-, intellectueel-, menselijk-, sociaal- en natuurlijk kapitaal. Deze vormen samen het fundament voor ons beleid en voor het meten en sturen op impact. Zo zorgen we dat brede welvaart niet alleen een ambitie is, maar een leidend principe in ons dagelijks werk. De methodiek die wij hanteren geeft ons richting en een beste indicatie van de maatschappelijke kosten en baten.
Onze maatschappelijke jaarrekening
Dit jaar publiceren we voor de tiende keer onze maatschappelijke jaarrekening als onderdeel van het jaarverslag. Het sturen op brede welvaart vraagt om een fundamentele verandering en is een proces van de lange adem. Juist daarom zijn we extra trots dat deze integrale maatschappelijke jaarrekening al tien jaar lang inzicht biedt in onze maatschappelijke impact.
In ons impactmodel (zie verderop) kwantificeren en monetariseren we de impact die de grootste maatschappelijke bijdrage leveren in onze directe activiteiten en in de keten. Van de overige indicatoren is op basis van externe bronnen een kwalitatieve beschrijving en inschatting gemaakt. Ketenimpacts zijn effecten waarvoor partijen in de keten gezamenlijk verantwoordelijk zijn.
Belangrijkste ontwikkelingen in 2025
Economisch zien we dat onze bijdrage aan het welzijn van consumenten door gas- en elektriciteitstransport significant is toegenomen doordat de eindverbruikers meer energie hebben gebruikt met lagere energiekosten per m3 gas en kWh ten opzichte van 2024. Dit ondanks dat de netbeheerkosten voor elektriciteit gestegen zijn.
Onze negatieve impact op het klimaat daalt. De CO2-emissies van onze eigen bedrijfsvoering namen licht toe door strenger beleid (Science Based Target inititiative) die een vorm van CO2-compensatie uitsluit. Echter, dankzij de vorderende energietransitie is de emissiecoëfficiënt per getransporteerde kWh elektriciteit gedaald. Dit, samen met de vermindering van netverliezen, leidt tot een daling van de impact op klimaatverandering van € 12 miljoen in 2025 ten opzichte van 2024.
Onze negatieve impact door afval is gestegen. Door een sterkte toename aan projectwerkzaamheden zagen we ook de hoeveelheid afval toenemen (+20%). Desondanks hebben onze inspanningen in verantwoorde afvalverwerking ervoor gezorgd dat we het percentage afval dat gerecycled wordt, gelijk is gebleven (84%).
De positieve impact op menselijk kapitaal is voornamelijk gestegen door een groeiend personeelsbestand. Hierbij is de negatieve impact door het aantal ongevallen gelukkig nagenoeg gelijk gebleven. Langdurig verzuim zorgt voor een stijging van de negatieve impact.
Vermindering van kapitaalwaarde
(€ miljoen)
Vermeerdering van kapitaalwaarde
Financieel kapitaal
Geproduceerd kapitaal
Intellectueel kapitaal
Natuurlijk kapitaal
Sociaal kapitaal
Menselijk kapitaal
Vermindering van kapitaalwaarde
Vermeerdering van kapitaalwaarde
Opvallendste impactveranderingen in 2025
Hieronder volgt een toelichting op de meest opvallende (positieve en negatieve) impactontwikkelingen in 2025 ten opzichte van 2024. De modellen en de methodiek zijn in 2025 ongewijzigd gebleven. Er heeft indexering voor inflatie (etc.) plaatsgevonden en sommige secundaire databronnen zijn geactualiseerd. In de vergelijkende cijfers zijn de cijfers vergeleken met de impact in voorgaande jaren. Voor een volledige weergave van de impact in 2025 verwijzen wij naar de uitgebreide uitleg van het impactmodel. Voor de uitgangspunten en berekeningen verwijzen wij naar de uitgebreide uitleg van de impactindicatoren.
Geproduceerd kapitaal: bijdrage gas- en elektriciteitstransport welzijn consumenten
Impact welzijn door gastransport in 2025: € 1.426 miljoen (2024: € 1.300 miljoen)
Impact welzijn door elektriciteitstransport in 2025: € 3.279 miljoen (2024: € 2.894 miljoen)
Met het gas- en elektriciteitsnetwerk van Alliander creëren wij waarde voor consumenten. Deze waarde wordt zichtbaar in het ervaren welzijn dat ontstaat door betrouwbare toegang tot energie. In 2025 is deze welzijnswaarde gestegen ten opzichte van 2024: voor gas met 9,7% en voor elektriciteit met 13,3%. In 2025 is het aantal aansluitingen op ons elektriciteitsnet gestegen met ongeveer 1%. Anders dan bij gastransport zagen we de hoeveelheid elektriciteit nauwelijks stijgen (+0,4% ten opzichte van 2024).
De dalende elektriciteitsprijs zorgt voor een toename van de welzijnswaarde voor consumenten. Tegelijkertijd zijn – anders dan bij gas – de tarieven voor het transport van elektriciteit juist gestegen. Daardoor namen ook de opbrengsten voor transport toe, waarmee de bijdrage aan het welzijn van consumenten vanuit Alliander-perspectief eveneens toenam. Aan de andere kant heeft de daling van de elektriciteitsprijs ervoor gezorgd dat het ervaren welzijn van de consument door teruglevering van zonne-energie is gedaald van € 147 miljoen* in 2024 naar € 118 miljoen in 2025. Het verbruik van eigen opwek en teruglevering zorgt door de prijsdaling voor minder groot financieel voordeel ten opzichte van huishoudens zonder zonnepanelen.
- *Deze positieve impact is door een wijziging in de scope gecorrigeerd. Jaarverslag 2024: € 157 miljoen. Zie voor een toelichting de vergelijkende cijfers.
Natuurlijk kapitaal: bijdrage aan klimaatverandering
Impact in 2025: € -280 miljoen (2024: € -279 miljoen)*
In 2025 waren er meerdere ontwikkelingen die een versterkend effect hadden op de negatieve klimaatimpact van Alliander. Allereerst zorgde de indexering van de CO₂-prijs ervoor dat de impact van uitstoot zwaarder werd meegewogen. Daarnaast compenseerde Alliander niet langer haar volledige eigen CO₂-uitstoot, wat leidde tot een verdere toename van de klimaatimpact. Ook het iets hogere transport, met name van gas maar ook elektriciteit ten opzichte van het jaar ervoor droeg hieraan bij terwijl onze netverliezen daalden.
Tegenover deze ontwikkelingen stond echter een belangrijke positieve verandering. De CO₂-uitstoot per eenheid elektriciteit is verder gedaald door de verduurzaming van de elektriciteitsproductie. Dit onder andere door de invloed van de stijging van het aantal huishoudens met zonnepanelen. Dit effect was zo sterk dat het de genoemde negatieve invloeden volledig compenseerde. Per saldo resulteerde dit in een nagenoeg gelijkblijvende bijdrage aan klimaatverandering in 2025 ten opzichte van 2024. Door toenemende transportvolumes en het gedeeltelijk wegvallen van compensatie van eigen uitstoot zullen er ook in de komende jaren grote inspanningen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de klimaatdoelstellingen van 2030 en 2050.
- *Deze negatieve impact is door middel van het indexeren van de CO2-prijs gecorrigeerd. Jaarverslag 2024: € -269 miljoen. Zie voor een toelichting de vergelijkende cijfers.
Natuurlijk kapitaal: Ecologische schade door afval
Impact in 2025: € -133 duizend (2024: € -103 duizend)
In 2025 hebben we veel projecten opgestart en een recordbedrag geïnvesteerd in onze energienetten. De sterke toename in werkzaamheden heeft ertoe geleid dat de hoeveelheid afval met 20% is toegenomen ten opzichte van 2024.
Hoewel we sterk hebben ingezet op circulaire afvalverwerking, is de ecologische schade door afval het afgelopen jaar toch met 29% toegenomen ten opzichte van 2024. Dit komt doordat de verwerkingsmethodiek van het afval dat niet gerecycled kon worden een hogere ecologische schade teweegbracht in vergelijking met het jaar ervoor. De totale toename van ecologische schade kan daardoor niet alleen toegeschreven worden aan de toename in volume, maar ook aan de samenstelling van het afval en toegenomen kosten van de verwerking van het afval.
Ondanks een toename van de hoeveelheid afval hebben we het percentage gerecycled afval kunnen evenaren (84%). Het aandeel dat niet gerecycled kon worden maar verbrand is, viel voor 50% in de categorie ‘bedrijfsafval’. De uitdaging is om afvalstromen verder te beperken. Daarom zetten we ook de komende jaren in op circulaire afvalverwerking door preventie, herinzet, hergebruik en waar mogelijk betere scheiding van afvalstromen.
Menselijk kapitaal: Impact door werkgerelateerde uitval en ongevallen van werknemers
Impact in 2025: € -1,5 miljoen (2024: € -1,0 miljoen)
In 2025 is de impact van werkgerelateerde uitval toegenomen ten opzichte van 2024. Deze stijging hangt samen met de aanzienlijke groei van het aantal medewerkers binnen Alliander. Een belangrijk deel van de toegenomen impact wordt verklaard door langdurig verzuim bij uitval. Daarnaast is ook de maatschappelijke waardering van uitval gestegen ten opzichte van 2024. Dit draagt bij aan het resterende deel van de totale stijging. Ondanks de groei van het personeelsbestand is het aantal ongevallen nagenoeg gelijk gebleven. Dit laat zien dat onze inzet voor een veilige en gezonde werkomgeving effect heeft.
Brede welvaart in de praktijk - casuïstiek
De presentatie van onze maatschappelijke jaarrekening biedt een totaalbeeld van de impact die wij hebben op de zes kapitalen. Deze impact ontstaat door de keuzes die wij maken binnen onze bedrijfsvoering. We zijn continu op zoek naar manieren om negatieve effecten te verminderen en positieve effecten te versterken. Dit doen we door de status quo uit te dagen: we onderzoeken alternatieven voor bestaand beleid en kijken hoe we meer impactvolle keuzes kunnen maken. Jaarlijks voeren we meerdere kwalitatieve en kwantitatieve impactanalyses uit bij voorgenomen projecten en keuzevragen die bijdragen aan een zorgvuldige besluitvorming. In dit verslag belichten we twee actuele casussen die we in 2025 hebben geïnitieerd, elk met een specifiek impactvraagstuk voor onze bedrijfsvoering en onze omgeving.
Herinzet vermogenstransformatoren
Om de energietransitie te kunnen faciliteren wordt hard gewerkt aan het uitbreiden van het elektriciteitsnet. Om dat te realiseren worden jaarlijks vermogenstransformatoren in het net geplaatst of worden oude transformatoren vervangen door nieuwe, zwaardere varianten.
Situatie en vraagstelling
Bij netverzwaringsprojecten worden regelmatig goed functionerende vermogenstransformatoren vroegtijdig afgeschreven, omdat deze niet voldoen aan de recent ingevoerde standaard voor modulair bouwen. Hoewel deze projecten essentieel zijn voor de energietransitie en het vergroten van bedrijfszekerheid, leidt het vervangen van werkende transformatoren tot hogere kosten en grotere ecologische impact. Dit staat haaks op de Alliander-doelstelling om een betaalbare en duurzame energievoorziening te realiseren. Daarnaast zorgt de huidige schaarste aan transformatoren en personeel voor onzekerheid in de levering van nieuwe apparatuur. Om de impact te beperken, is onderzocht of het mogelijk is transformatoren langer in bedrijf te houden door ze te upgraden. In een impactstudie zijn twee scenario’s met elkaar vergeleken:
Inzet van nieuwbouwtransformatoren bij netverzwaring
Upgraden van bestaande vermogenstransformatoren volgens de standaard
Belangrijkste resultaten
Het upgraden van vermogenstransformatoren leidt tot:
Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door minder transport en materiaalgebruik.
Verhoogde leveringszekerheid door kortere aansluittermijnen en minder transportbeperkingsminuten.
Versterking van de marktpositie van Alliander door goed werkgeverschap en aandacht voor innovatie, kennisontwikkeling en betrouwbaarheid.
Daartegenover staat:
Hogere netverliezen ten opzichte van nieuwbouw transformatoren.
Ondanks deze hogere netverliezen levert het herinzetten van een transformator meer maatschappelijke waarde op dan het inzetten van een nieuwbouwtransformator, dankzij de kortere aansluittermijn en de vermeden CO₂-impact. Na ongeveer 18 jaar worden maatschappelijke kosten van herinzet groter dan de maatschappelijke baten.
Maatschappelijke kosten herinzet (€ miljoen)
Vervolg
Op basis van deze resultaten wordt een fieldtest gestart waarbij een ‘oude’ transformator in het veld wordt getest. Deze test moet uitwijzen of het inzetten van een gebruikte transformator daadwerkelijk bijdraagt aan de Alliander-doelstellingen en het versnellen van de energietransitie naar een duurzame en betaalbare energievoorziening.
Optimale inzet van glasvezelverbindingen (voor bedrijfsvoering en communicatie)
Voor toepassingen waar heel hoge eisen moeten worden gesteld aan de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de telecomverbinding, zoals bij meetapparatuur in het elektriciteitsnet en voor datacommunicatie en sturing, maakt Alliander gebruik van glasvezelnetwerken. Dit gebeurt in eigen beheer en met huur van capaciteit op glasvezelnetwerken bij derden.
De vereiste betrouwbaarheid wordt bereikt door gebruik van gescheiden glasvezelkabels en hoogwaardige apparatuur. Het netwerk is zo aangelegd dat berichten het bedrijfsvoerderscentrum via meerdere routes snel kunnen bereiken. Vanwege toenemende complexiteit en kans op verstoring op het bestaande netwerk is met een impactstudie onderzocht hoe alternatieve scenario’s scoren op maatschappelijke impact én voldoen aan vereisten van een toekomstbestendig, betrouwbaar en veilig netwerk.
Situatie en vraagstelling
Voor betrouwbare communicatie tussen onze bedrijfsvoeringcentra in west- en oost-Nederland is vernieuwing van de dubbele operationele glasvezelverbinding noodzakelijk. Dat kan op drie manieren:
Bestaande glasvezellijnen gebruiken van samenwerkende infrabedrijven in de FiberFederatie - een platform dat (semi-)publieke partijenovercapaciteit verhuurbaar maakt voor andere deelnemende partijen;
Een uitbreiding in eigen beheer en eigendom;
Huren van bestaande verbindingen bij derde partijen.
Belangrijkste resultaten
De impactvergelijking van de drie opties toont dat de samenwerking met de FiberFederatie voor de meeste kapitalen de meest gunstige impact op Brede Welvaart realiseert.
Vanwege noodzakelijk graafwerk resulteert deze optie wel in geringe nadelige impact vanwege klimaat, grondstoffen en kosten van de werkzaamheden. Echter, veel minder dan bij uitbreiding in eigen beheer.
Op financieel kapitaal wordt ruim € 5 miljoen aan aanlegkosten bespaard in vergelijking met eigen aanleg en € 0,5 miljoen in vergelijking met commerciële huur.
De FiberFederatie leidt tot een wederkerige samenwerking op met efficiënte capaciteitsinzet en een hogere betrouwbaarheid dan bij commerciële huur.
De samenwerking bevordert de afstemming van onderhoud en preventie van storingen en stimuleert kennisdeling en ontwikkeling, waardoor innovaties sneller kunnen worden toegepast.
Er is minder overlast voor de omgeving vanwege beperkte bouwwerkzaamheden.
Conclusie
De analyse voor aanleg van een vernieuwde glasvezelverbinding maakt zichtbaar welke optie de grootste financiële besparing oplevert en welke scenario’s beter scoren op duurzaamheid, betrouwbaarheid en samenwerking. De oplossing via de Fiber Federatie is goedkoper, betekent een gunstiger CO₂-uitstoot en materiaalgebruik en veroorzaakt minder overlast. De aanpak maakt de besluitvorming transparanter, beter onderbouwd, toekomstbestendig en belangen inzichtelijk, Dat helpt om keuzes te maken die passen bij zowel onze strategische doelen als bij onze maatschappelijke verantwoordelijkheid als netbeheerder.