De wereld om ons heen
Alliander staat met haar energienetten en activiteiten midden in de maatschappij. De dynamiek in de wereld om ons heen en de onderlinge afhankelijkheden maken het noodzakelijk om goed te begrijpen welke factoren van invloed zijn op onze opdracht. Als organisatie anticiperen we hierop en passen we waar nodig onze strategie en keuzes aan. Hieronder schetsen we de belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op ons, onze klanten, partners en samenleving.
Internationaal: groeiende onzekerheid vraagt om strategische autonomie om internationale spanningen het hoofd te bieden
De internationale context van Alliander bleef in 2025 sterk in beweging. Toenemende geopolitieke spanningen en verschuivingen in de wereldorde maken internationale samenwerking complexer en kunnen afleiden van het behalen van klimaatdoelen. Tegelijkertijd blijft de energietransitie onverminderd van groot belang: voor het klimaat maar ook voor de energieonafhankelijkheid en strategische autonomie van Nederland. De Europese Unie zet daarom nadrukkelijk in op het verminderen van afhankelijkheden op het gebied van energie, grondstoffen en industrie, onder andere via de Clean Industrial Deal. Met REPowerEU werkt Europa aan het volledig afbouwen van de import van Russische energie.
Mondiaal gezien blijft het klimaatbeleid achter bij wat nodig is. De wereld ligt niet op koers om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen en de kans om de opwarming te beperken tot 1,5 °C is zeer klein geworden. Weersextremen zoals hittegolven, overstromingen en zware stormen komen steeds vaker voor en worden aantoonbaar versterkt door klimaatverandering. De impact in Nederland is tot nu toe relatief beperkt gebleven maar de kans en de gevolgen van extreem weer nemen naar verwachting toe. Alliander bereidt zich hierop voor door, waar nodig, het ontwerp en beheer van netten, de operatie en de storingsorganisatie aan te passen.
Energie lijkt vanzelfsprekend, maar escalatie van internationale spanningen of cyberincidenten vergroten de kans op complexe storingen. Over de hele linie verhogen wij waar nodig onze paraatheid om in zulke situaties er samen met hulpdiensten en overheden alles aan te doen om de gevolgen snel te beperken. Het belang van weerbaarheid kwam ook naar voren tijdens de NAVO-top in Den Haag. Lidstaten streven naar een defensienorm van 5% van het bbp, waarvan 1,5% kan worden ingezet voor kritieke infrastructuur. Daaronder kan naar verwachting ook de energievoorziening worden gerekend. Nederland committeert zich aan deze norm, waarmee wellicht extra financieringsmogelijkheden voor infrastructuur mogelijk worden.
Maatschappij: oproep aan politiek voor doorbraak, agressie door negatieve sentimenten
Het is van belang voor de energievoorziening dat de nieuwe regering inzet op een goede balans tussen het weerbaarder maken van het energiesysteem en het waarborgen van de betaalbaarheid en een eerlijke kostenverdeling. Voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen en tijdens de formatie hebben we de belangen van de sector voor het voetlicht gebracht met een oproep voor doorbraken in het energiesysteem: een diverse energiemix, voldoende wettelijke mogelijkheden om het bestaande net beter te benutten, activatie van klanten om energie te besparen en slimmer te gebruiken, keuzes in ruimtelijke ordening en een aanpak voor het tekort aan technici.
Alliander wordt geconfronteerd met negatieve sentimenten in de samenleving. Agressie komt vaker voor. Ook in de vorm van verbaal en fysiek geweld of bedreiging tegen medewerkers van Alliander, zowel telefonisch, online als in het veld. Medewerkers worden hier intern op getraind en tegelijkertijd blijven we ons uitspreken tegen de normalisering van onacceptabel gedrag.
Energiesysteem: navigeren tussen ambitie en realiteit
Het Nederlandse energiesysteem verandert. Sommige ontwikkelingen gaan snel (bijvoorbeeld het aantal huishoudens met zonnepanelen en elektrische auto’s) maar andere ontwikkelingen, bijvoorbeeld de verduurzaming van de industrie en de uitrol van warmtenetten, gaan minder snel dan het doel was toen het Klimaatakkoord in 2019 werd gesloten. Aardgas blijft een belangrijke transitiebrandstof. Dit komt mede door netcongestie, het achterblijven van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de trage uitrol van alternatieven als waterstof en groengasinvoeding in het bestaande aardgasnetwerk. Door risico op vertraging bij de realisatie heeft het kabinet het doel van energieopwek door wind op zee voor 2040 verlaagd van 50 GW naar 30 tot 40 GW. Met het Actieplan Wind op Zee en de Actieagenda Elektrificatie Industrie worden stappen gezet om de voortgang te behouden. Als Alliander anticiperen we op de onzekerheid en dragen we bij aan het maken van keuzes die Nederland verder brengt.
Klant: perspectief en ruimte voor duurzame groei
Onze klanten willen duidelijkheid, perspectief en betaalbare energie. Zakelijke klanten zoeken zekerheid om te kunnen groeien en verduurzamen. Consumenten willen grip houden op hun energiekosten. Tegelijkertijd neemt de onzekerheid toe en hun handelingsperspectief af. Meer dan ooit maken netcongestie, wachttijden voor aansluitingen en stijgende kosten het lastig voor bedrijven en consumenten om investeringen te plannen.
Vooral in de industrie zijn de zorgen groot. Het Draghi-rapport (2024) van de Europese Commissie waarschuwt dat de Europese concurrentiekracht structureel verzwakt door hoge energieprijzen, belastingen, lagere productiviteit en een achterstand in innovatie. Het pleit voor forse en snelle investeringen in energie, digitalisering, defensie en infrastructuur. Het rapport‑Wennink (2025) vormt het Nederlandse antwoord op deze analyse: het laat zien dat Nederland dezelfde structurele achterblijvers kent en bovendien te weinig economische groei realiseert. Wennink benoemt energie- en klimaattechnologie als een cruciale sector en constateert dat de randvoorwaarden, zoals vergunningverlening, stikstofruimte, netcapaciteit, energiekosten, talentbeschikbaarheid, regeldruk, ruimtelijke ordening en innovatie-ecosystemen niet op orde zijn en zelfs verslechteren. Zijn advies is om gericht en fors te investeren én de randvoorwaarden fundamenteel te verbeteren. Dat zou Nederland in staat stellen de opgaven te realiseren.
Hoewel het vorige kabinet met het Pakket voor Groene Groei al maatregelen heeft aangekondigd om de industrie perspectief te bieden en energiekosten te beperken, blijft de praktijk weerbarstig: de maatwerkaanpak voor de meest energie-intensieve industrie levert slechts bij enkele bedrijven resultaat op. Veel grote industriële spelers stellen grote verduurzamingsinvesteringen uit door gebrek aan handelingsperspectief en te hoge risico’s in hun businesscase.
Een ander maatschappelijk vraagstuk met veel impact op onze klanten is wonen. Een tekort aan betaalbare en passende woningen raakt brede groepen consumenten in de samenleving en leidt tot uitgestelde levenskeuzes. Het vraagstuk voedt maatschappelijke spanning. Er moeten jaarlijks ongeveer 100.000 woningen worden gebouwd. Dat waren er in 2025 slechts ongeveer 77.000. Het afgelopen jaar is er een landelijke doorbraakaanpak gestart: het Rijk, provincies, gemeenten, marktpartijen en corporaties hebben afspraken gemaakt om de woningbouw op 24 locaties te versnellen. Liander bereidt zich hierop voor.
Ook de verduurzaming van de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving blijft een uitdaging. (Hybride) warmtepompen worden weliswaar populairder onder huishoudens maar het aantal geplaatste cv-ketels op aardgas is ook gestegen. De nieuwe warmtewet geeft duidelijkheid over de marktordening van warmtenetten. Die zijn nodig voor de verduurzaming van woningen.
Regionale collectieve oplossingen kunnen ook goed werken om vraag en aanbod beter met elkaar te verbinden. Het aantal voorbeelden van succesvolle energiehubs neemt toe. Steeds meer klanten zijn bereid om flexibeler te zijn in hun energiegebruik.
Betaalbaarheid van energie: stijgende investeringen en tarieven
De Nederlandse netbeheerders staan voor een enorme investeringsopgave. Uit onderzoek blijkt dat voor de periode 2025 tot en met 2040 de investeringsopgave ongeveer € 210 miljard bedraagt, waarvan € 103 miljard in elektriciteitsnetten op land en € 85 miljard voor netten op zee. Deze investeringen werken vertraagd door in de tarieven. Dit betekent dat zonder ingrijpen de nettarieven voor elektriciteit tot 2040 naar verwachting verdubbelen of zelfs verdrievoudigen. Mede hierdoor wordt betaalbaarheid van energie een serieus probleem voor huishoudens, die in sommige gevallen al kampen met energiearmoede. Ook heeft het effect op het investeringsklimaat voor met name energie-intensieve bedrijven en industrie. Geopolitieke spanningen, ontwikkelingen in de energiemarkten, beleidsregels en verschuivende fiscale prikkels zorgen dat toegang tot energie duurder wordt.
Netbeheerders werken samen met overheden en andere partners aan maatregelen om de stijging van kosten en daarmee de tarieven te beperken. Door energie slimmer te gebruiken en het net beter te benutten kunnen we dezelfde ontwikkelingen mogelijk maken met een gereduceerde investeringsopgave. Het rapport ‘Slimme keuzes voor een betaalbaar en robuust energiesysteem’ van Netbeheer Nederland laat zien dat er minder nieuwe capaciteit nodig is door netgebruik tijdens piekmomenten te verlagen en de bestaande infrastructuur beter te benutten. Berekeningen van Netbeheer Nederland wijzen erop dat indien dit maximaal wordt benut dit kan leiden tot een besparing van ten hoogste 30% van de geplande investeringen. Dit kan alleen als we naar een systeemomslag gaan en als maatschappij, burgers en bedrijven slimmer met de beschikbare energie en netcapaciteit omgaan. We werken daarom aan voorstellen voor aanpassingen in de tariefstelsels en regels voor transport van energie, die mogelijkheden geven om de beschikbare capaciteit beter te benutten en daarmee meer ruimte te bieden voor klanten die momenteel wachten op aansluiting of verzwaring. Met overheden werken we steeds intensiever en gebiedsgerichter samen aan de ruimtelijke en energie- en infrastructuuropgaven. Alleen door samen gerichte keuzes te maken over hoe we in de toekomst anders omgaan met energie houden we het systeem betaalbaar.
Structurele schaarste: stikstof, arbeid en ruimte
Een belangrijk dossier waarop een doorbraak nodig is, is stikstof. Door uiteenlopende politieke standpunten blijven oplossingen uit en stagneren vergunningen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ook op onze projecten heeft de stikstofproblematiek impact. We passen verschillende maatregelen toe om de projecten doorgang te laten vinden. In lijn met onze doelstellingen op schoon en emissieloos bouwen werken we aan het zoveel mogelijk elektrisch en daarmee uitstootvrij bouwen. Daarom zetten we op de korte termijn ook in op het afvangen van stikstofuitstoot en het laten uitvoeren van een ecologische voortoets. De Europese Commissie heeft een voorstel gepresenteerd dat belemmeringen, zoals de tijdelijke uitstoot van stikstof, weg moet nemen bij het uitbreiden en verzwaren van energienetten. Het voorstel moet echter nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en daarna in Nederland worden geïmplementeerd.
De krapte op de arbeidsmarkt is een groot maatschappelijk vraagstuk en is ook voor Alliander een van de grootste uitdagingen. De vergrijzing neemt toe en de instroom in de technische opleidingen blijft achter bij wat nodig is. Dit geldt zowel voor ons als voor onze samenwerkingspartners en voor bedrijven in andere sectoren. We spelen hierop in door breder te werven en toegankelijker te worden voor verschillende instroomprofielen (van zij-instromers en statushouders tot internationale vakkrachten, ook al worden we in dat laatste beperkt door het huidige politieke beleid). We investeren in opleidings- en begeleidingscapaciteit en werken sectorbreed samen om talent sneller en slimmer op te leiden. Om medewerkers vervolgens te behouden zetten we onder andere in op loopbaanpaden en ontwikkelingsmogelijkheden. Verder zetten we in op een inclusieve cultuur, meertaligheid en modern werkgeverschap, zodat meer mensen duurzaam voor techniek kiezen en in de energietransitie aan de slag kunnen.
Nederland loopt steeds vaker vast door de doorwerking van te weinig besluitvorming rond fysieke ruimte en achterblijvende keuzes daarover in de leefomgeving. De stapeling van urgente opgaven, van woningbouw en energietransitie tot klimaatadaptatie, natuurherstel en infrastructuur, past simpelweg niet meer binnen de daarvoor toegewezen ruimte. Deze ruimtedruk vertraagt infrastructuurontwikkeling doordat projecten concurreren om schaarse locaties, vergunningen en maatschappelijke acceptatie. Energie‑infrastructuur is daarbij een bijzonder knelpunt en speelt zowel boven- als ondergronds. Scherpe keuzes zijn onvermijdelijk. Het ruimtelijk inpassen van kabels, stations, warmte-oplossingen en opslag van energie vraagt vaak meer ruimte dan lokaal beschikbaar is. Zonder heldere prioritering en besluitvorming in toekenning van ruimte dreigt de uitvoering achter te blijven bij de ambities. Lastig is dat zowel maatschappelijke frustratie over netcongestie toeneemt, maar dat er ook forse maatschappelijke weerstand is wanneer wij infraprojecten willen realiseren. Onze transformatorhuisjes en stations vergen fysieke ruimte en zijn zichtbaar: er is impact op de leefomgeving of het landschap.